|
| Audio |
|
Een audiosignaal is een signaal dat informatie voor het
hoorbare gebied bevat. Een audiosignaal in de lucht is
geluid. Om gehoord kunnen worden zal de toonhoogte moeten
liggen tussen ongeveer 20
Hertz
en 14 tot 20
kHz,
afhankelijk van de leeftijd van de gebruiker (hoe ouder hoe
minder hoge tonen men hoort en hoe minder gevoelig het oor wordt
voor bepaalde gebieden. Zie
gehoordrempel). Naast de toonhoogte is ook de
geluidssterkte van belang. De minimale sterkte van geluid
dat een persoon kan horen is de
gehoordrempel en de maximaal verdraagbare sterkte is de
gehoor-pijngrens.
Ook geluid met hogere of lagere frequenties kan zich door de
lucht verplaatsen. Geluid kan met een
microfoon opgevangen worden en op deze wijze omgezet worden
naar een elektrisch signaal voor opslag, verwerking of
versterking.
Een audiosignaal kan dus ook een elektrisch signaal zijn,
bestemd om na bewerking of transport uiteindelijk weer omgezet
te worden naar een hoorbaar signaal. Bij een
bandrecorder/cassetterecorder/WAV-recorder
worden de signalen gemaakt door bijvoorbeeld een persoon of
muziekinstrument via een
microfoon omgezet in een elektrisch audiosignaal. Dit
signaal wordt vervolgens versterkt, bewerkt en uiteindelijk
vastgelegd in de recorder (analoog of digitaal).
Bij afspelen wordt de informatie in de recorder (analoog of
digitaal) weer omgezet in een elektrisch audiosignaal, versterkt
en zonodig bewerkt en uiteindelijk weer hoorbaar gemaakt via een
luidspreker of
hoofdtelefoon.
Het woord audio komt uit het
Latijn en betekent letterlijk ik hoor.
|
|
|